Beestenboel bij ons thuis
(lachen, gieren, brullen....)
Wij hadden thuis altijd huisdieren. We hadden een hond, een kat, konijnen en mijn vader had een volière
met tropische vogels in de serre achter ons huis.
Mijn moeder had een zwak voor dieren, als iemand z'n hond om de een of andere reden niet meer kon houden nam zij hem in huis.
De dieren bij ons thuis maakten deel uit van het gezin, ze hoorden er gewoon bij. Het waren geen echt verwende knuffeldieren.
Onze rode kater Flippie zat altijd in een Blue Band-doos naast de blauw betegelde schoorsteenmantel, dat was zijn plek.
De hond Whisky, ook een rooie, was een schat van een beest en lief voor kinderen. Whisky mocht niet op het bed liggen
van mijn ouders. Maar zodra ze weg waren, sloop hij de trap op naar boven en ging triomfantelijk boven op de sprei liggen.
Mijn vader en moeder geloofden dat eerst niet, totdat we er op een keer een foto van maakten.
Bij bepaalde soorten muziek ging Whisky meezingen, dan was het net het huilen van een wolf wat je hoorde.
In een schuur in de achtertuin had mijn vader konijnen. Mijn broertje Sjaak gaf trouw de konijnen eten voordat hij
naar school ging. Op een keer, het was tegen kerst, was zijn lievelingskonijn verdwenen ten behoeve van het kerstmaal.
Sjaak was niet te troosten, tot op de dag van vandaag eet hij geen konijn.
Als mijn zus en zwager op vakantie gingen dan zorgden mijn ouders voor hun beesten.
Dan werd de hond Max gebracht en ook hun twee katten kwamen logeren, verder werd het terrarium in de serre gezet.
Dus was het bij ons thuis wat je noemt een beestenboel. Mijn tante Miepie, die op de Vaillantlaan woonde,
kwam toen een keer langs. Bij het zien van al die beesten zei ze tegen mijn moeder in plat Haags:
'God Wies het lijkt hier wel Avifauna'.
Zoals ik al vertelde hield mijn vader in de serre tropische vogels. Kanaries, zebravinkjes, valkparkieten, gewone parkieten,
van alles en nog wat. Op zekere dag ging mijn vader een aantal valkparkieten verkopen.
Gerard, mijn zwager, zou mijn vader met de auto naar het bewuste adres brengen.
De vogels werden in twee bruine kartonnen dozen gedaan en ze gingen op pad.
Gerard zat net achter het stuur van z'n auto, mijn vader zat naast hem en op de achterbank had mijn broertje Sjaak
zich geïnstalleerd met de twee dozen met vogels naast zich, toen onze hond Whisky in een onbewaakt ogenblik in de
auto sprong, boven op de dozen.
En ja hoor de dozen schoten open en de valkparkieten vlogen wild door de wagen en Whisky sprong al blaffend rond.
Gerard en mijn vader deden verwoede pogingen de vogels te pakken. Het werd een complete chaos.
Mijn moeder, mijn zus Annie, Hans en ik die het tafereel door het raam stonden aan te kijken lachten ons krom.
We zagen de vogels vliegen, handen die ze probeerden te pakken, veertjes die in het rond dwarrelden en
een springende hond in de kleine Opel.
Uiteindelijk is het de mannen toch gelukt de vogels te pakken. Maar toen ze uit de auto stapten had mijn
vader kapotte handen en mijn zwager Gerard bloedde uit zijn lip.
Of ze de vogels nog hebben verkocht ben ik vergeten, maar we hebben er wel vreselijk om moeten lachen..........
Rina Hartman
maart 2001