De bolderkar
Je was er voor het werk en voor de lol
Soms was je leeg, maar meestal vol
Jarenlang heb je voor ons dienst gedaan
We hebben je nog altijd in het schuurtje staan
Toen we pas op camping Zwartven stonden, het was in 1971 denk ik, heeft mijn man op de fabriek, in nachtelijke uurtjes,
voor Jacqueline en Ronnie een bolderkar gemaakt. Het houtwerk werd groen geschilderd en het ijzerwerk had een rode kleur.
Het was een juweeltje!
Boven op het imperiaal van onze witte FIAT 1300 ging ze mee richting Brabant.
Daar aangekomen werd ze afgeladen. Buren eromheen, 'wat een mooie kar' klonk het.
Op een mooie zondagmiddag ging Hans samen met Sjel, een vriend van ons, met vier kinderen in de kar een eindje wandelen,
ze liepen naar het dorp.
Bij café De Schipper, even buiten de camping, werden de kinderen op limonade en ijs getrakteerd.
Ze renden uitgelaten rond het biljart, terwijl de mannen een pilsje dronken.
Op de terugweg bood een boer Hans 200 gulden als hij de kar mocht kopen (dat was toen veel geld),
maar hij was niet te koop. De mannen, lichtelijk aangeschoten, Ronnie, Jacqueline, Irma en Gina moe in de kar,
zo kwamen ze weer terug op de camping.
Onze buurman Chris Goovers vond dat zo'n mooie kar een kentekenplaat verdiende. En niet zo maar één, het was
tenslotte een bijzondere kar! Ze kreeg een Frans kenteken, zilveren letters op een zwart front 6247HJ59.
En nog een geel embleem eronder, zo was ze compleet.
De kinderen hadden plezier met haar. Maar het was wel een allemansvriend.
Als ze even alleen was kwamen andere kinderen vragen: 'mevrouw mogen wij de kar?'.
'Ja hoor, als je haar maar weer terug brengt' was het dan.
Als we boodschappen gingen doen in de kampwinkel, ging de kar mee.
Bij mooi weer kregen Jacqueline en Ronnie nog een ijscoupe in het restaurant: 'Coupe Zwartven'.
Dan zaten we daar heerlijk een poosje op het terras, dat vonden ze wat hoor!!
Na het avondeten moest er afgewassen worden en dat deden we meestal aan het keukenblok bij het toiletgebouw,
daar kon je voor 25 cent warm water tappen. Alles werd in de bolderkar geladen. Als de afwas gedaan was ging het weer in de kar,
een jerrycan warm water ging ook mee terug voor het kinderbadje.
Op zomerse dagen als we naar het ven gingen werd de kar volgeladen met van alles en nog wat:
de koelbox met brood en drinken, de zwemspullen, handdoeken, twee opvouwbare ligbedjes.
Verder een grote parasol, blauw met witte banen had die, en over de reclametekst Ermi IJs had Hans rode ballen geschilderd.
Hans heeft dit tafereel gefilmd met de Super 8 Camera.
Ronnie, die tussen de spullen in de bolderkar zat, keek door een zwembandje heen wat zijn vader stond te doen.
Ondertussen zat hij heerlijk in zijn neusje te peuteren.
In de beginjaren hadden we in de caravan geen elektriciteit. We hadden gaslicht en de kleine draagbare zwart/wit televisie
werkte op stroom van een accu. Mijn man had al snel twee grote accu's uit een Carterpillar weten te bemachtigen,
die stonden in de voortent en werden om en om opgeladen.
Tijdens de grote schoolvakantie bleef ik met de kinderen op de camping als Hans, na drie weken vakantie, weer moest werken.
Als een accu leeg raakte, ging die hup in de kar en wandelden we naar het dorp.
Daar werd de accu bij Geurtjens, de fietsenmaker, gebracht en na een dag of twee als hij vol was weer met de bolderkar opgehaald.
Op de camping waren in die tijd twee voetbalvelden en er werden competities gehouden tussen Hazeveld, Hoogveld, Angelog, Grensveld
en alle andere velden.
De heer Bologne, de campingbaas, zorgde dat er gemaaid werd. De voetballers moesten zelf voor het afvoeren van het
gemaaide gras zorgen. Daar konden de mannen de kar ook goed voor gebruiken en met grasharken gewapend gingen ze met de
kar richting voetbalveld, hun kinderen huppelden eromheen.
Ter gelegenheid van de viering van het 1e lustrum van de camping werd er een bloemencorso georganiseerd.
Wie wilde mocht mee doen. Met drie gezinnen hebben we de koppen bij elkaar gestoken. Besloten werd om de bolderkar om te
toveren tot een huifkar. Een strandmatje zou dienst doen als huif.
In de ochtenduren waren we met drie stellen volop in de weer om de kar te versieren, we hadden heel wat voorpret.
's-Middags gingen we met zijn allen naar het feestterrein: Ronnie en Frank trokken de kar, zij waren de paardjes,
verkleed met staart en al.
Jacqueline, onze dochter, liep er naast met een zweepje, zij was de koetsier. Gekleed in een rode jacquet en een
driekantige koetsiersmuts op, ging ze volledig op in haar rol.
De drie overige kinderen zaten in de kar. De paardjes, Frank en Ronnie, hadden er een hele kluif
aan om de boel te trekken, maar de vaders duwden de kar wel mee. De jongetjes vonden dat hele gedoe eigenlijk maar zo, zo,
en dat kon je duidelijk van hun gezichten aflezen.
De bolderkar met onze kinderen viel in de prijzen. Er waren twee prijzen te verdelen: De koetsier kreeg een prijs,
en de dames in de huifkar. De paarden kregen niks. Onze zoon Ron, kan hier nu nog verontwaardigd over mopperen.
Elk najaar werden alle spullen, die niet mee naar huis konden of moesten, onder een groot dekzeil opgeborgen naast de caravan,
de bolderkar incluis. Als we haar in het voorjaar uit haar winterslaap verlosten was ze blij ons weer te zien.
Toen we naar een stacaravan verhuisden en onze toercaravan ingeruild werd, moesten onze spullen voor een week in
verschillende schuurtjes van bevriende campinggasten worden ondergebracht. De potten, de pannen, het beddengoed,
kinderspeelgoed noem maar op. En weer moest de bolderkar aan de bak.

Op Klaverweide, het was in het voorjaar van 1980, werden er gezamenlijk met andere mensen gewassen grindtegels ingekocht, deze werden op het pad afgeleverd. Jacqueline en ik hebben samen, terwijl Hans bezig was een terras aan te leggen,
de loodzware tegels één voor één in de kar versleept tot aan onze caravan.
Naast mijn computer staat een foto, hierop zit Jacqueline, toen een meisje van een jaar of zestien,
als een volleerd fotomodel met pet op in haar bolderkar.
Nu staat de bolderkar in onze schuur op de camping, misschien te wachten op een tweede leven.
Rina Hartman
december 2000