MIJN VERHALEN


Als mijn koffiepot eens kon praten

mijn koffiepot

(deels naar waarheid opgeschreven)

Hallo mensen, ik ben Cornelia, ik ben een koffiepot, een óúde koffiepot wel te verstaan. Ik stam uit een voornaam geslacht.
Sinds een paar weken woon ik in Stadskanaal. Ik sta hier op een mooi plaatsje te pronken tussen wel tachtig andere koffiepotten. Die andere kijken me met jaloerse blikken aan. Ik ben dan ook een pracht exemplaar. Met mijn mooie witte huid en voorjaarsbloemen op mijn lijf en het gouden randje boven op mijn deksel ben ik wat men noemt een beauty onder de koffiepotten. Hoe ik hier gekomen ben ? Nou dat ga ik u nu vertellen ....

Mijn familie komt oorspronkelijk uit Rotterdam. We hadden winkels in veel steden van Nederland.
U kent ze misschien nog wel de winkels van De Gruyter, het roomse grootgruttersimperium, dat ooit begon in 's Hertogenbosch en uitgroeide tot een landelijk begrip. De luxueuze winkels hadden allemaal hetzelfde uiterlijk.Winkel De Gruyter
Met niet te vergeten de kleurrijke tegeltableaus die de wanden versierden, met afbeeldingen over jaargetijden en herkomst van exotische waren.

Nu hoor ik u al denken "wat heeft dat nou met jou te maken Cornelia Koffiepot ?". Dat zal ik uitleggen:
Vóór de oorlog konden de klanten van De Gruyter zegeltjes kopen bij de wekelijkse boodschappen, die zegeltjes kon men dan opsparen voor serviesdelen.
Waaronder ... juist ja ... een koffiepot. Ik ben dus een koffiepot, opgespaard met die bewuste zegeltjes.
Reclamefolder uit 1940
Maar ik wijk wel af zeg. Zoals ik al zei kom ik uit Rotterdam.
Mijn eerste tehuis (daar kwam ik in 1938) was bij een vriendelijk kinderrijk gezin, zij deden hun boodschappen in de Hoogstraat in Rotterdam. Hiernaast een reclamefolder uit 1940, waarop die winkel staaf afgebeeld.
Daar is als het ware mijn reis door Nederland begonnen.
Ik had het in Rotterdam fantastisch naar mijn zin. Ik werd vertroeteld en had een mooi plaatsje op het dressoir.

Toen de oorlog begon is er, ook voor ons, een ellendige tijd aangebroken. Er was geen koffie, dus ik werd nauwelijks gebruikt. En aan het eind van de oorlog, het was in de hongerwinter, ben ik samen met mijn zusjes en broertjes meegenomen in een bakfiets door ome Piet (de heer des huizes) de polder in.
Nou die reis was geen pretje, als ik het zeggen mag. We hobbelden en botsten tegen elkaar aan, dat was vreselijk.
Miep het melkkannetje had zelfs een barst opgelopen en gilde van de pijn.
Na vier dagen in de bakfiets kwamen we terecht in een boerderij in de buurt van Woerden. Hier werden we verruild voor eten, dat was niet zo leuk, maar het kon niet anders, dat besefte ik wel. We belandden op een soort vliering, tussen allerhande spullen, en smerig dat het daar was.
We zaten onder het stof en de vuiligheid, soms kreeg ik het er gewoon benauwd van. Dan riep tante Tinie de Theepot "Cornelia ... Cornelia ... gaat het wel met je meisje".
"Ja hoor Tinie, maar ik houd het hier niet veel langer uit hoor". "Cornelia je moet je wel verzetten hoor", antwoordde Tinie dan, "we komen hier wel weer uit, je zult het zien".

Nou dat is ook gebeurd. Na de oorlog ging de oudste zoon Krelis elders boeren en moest er getrouwd worden. En wij gingen mee met Krelis en Alida, gelukkig was ik van die vreselijke vliering af. Bij Krelis hebben we het best goed gehad. Kijk ... je eerste huis is natuurlijk altijd het beste, maar ja, we mochten niet klagen.
Jaren heb ik bij boer Krelis en boerin Alida gebivakkeerd, in het begin werden we elke dag tijdens de koffietafel gebruikt.
Maar toen kwamen de moderne tijden (het was ergens in de jaren '80) en boer Krelis ging ook modern doen en op een dag moest al het oude spul weg, waaronder ik. Tinie de Theepot en nog wat kopjes kon de boer nog gebruiken voor de knechten, dus die hadden mazzel.
Een koopman kwam langs bij de boerderij en nam veel spullen en MIJ mee. En waar ik toen belandde ... op een kraam op de VLOOIENMARKT !!!
Ik stond tussen allerhande troep. Naast mij stond een babybadje, weer verderop oude boeken, achter me lagen zelfs BH's, nou u mag gerust weten, ik schaamde me dood. Wat ik op dat moment niet wist, maar de opkoper wèl, was, dat ik en mijn De Gruyterserviersbroers en -zusters inmiddels waren uitgegroeid tot een verzamelobject.

En wat er toen gebeurde, ik word er nog emotioneel van als ik er aan denk, toen ontmoette ik Rina. Ze liep langs de kraam, zag me, en je kunt het geloven of niet, ik werd smoorverliefd op haar en zij op mij, dat kan ik je wel vertellen. Ze glom gewoon toen ze me zag!
Ze nam mij, zo trots als een pauw, mee naar haar huis. Het was een bovenhuis in Den Haag, vlak bij een melkfabriek. Ik werd er enthousiast begroet door neven en nichten, ook De Gruyterservies, die ik eigenlijk nog nooit had gezien. Rina had namelijk al aardig wat van ons De Gruyterservies verzameld. 's Avonds, als iedereen in bed lag, hebben we elkaar heel wat verteld over alles wat we in al die jaren hadden meegemaakt. En soms werd er behoorlijk wat afgelachen, als ik daar nog aan denk .... Soms deed mijn tuit pijn van het ingehouden lachen.

De behuizing van ons was alleen niet wat je noemt, klein hè, we stonden hutje, mutje, op elkaar.
Maar daar kwam begin 1992 verandering in, toen verhuisden we naar een flat (op de 14e etage).
Daar kreeg ik toch een mooi plaatsje. Ik stond tussen andere beroemde koffie- en theepotten boven op de keukenkast en keek zo uit het raam naar buiten. Als het mooi weer was kon ik zelfs de Euromast zien. Dan kreeg ik gewoon heimwee naar vroeger tijden dat ik nog in Rotterdam woonde. En met oud- en nieuw vuurwerk kijken, ik zat gewoon eretribune!!!
Wat was dat mooi zeg!!
Ook werd er veel werk gemaakt aan mijn uiterlijk, ik ging regelmatig in bad samen met de andere potten en dan glommen we dat het een lieve lust was.

Maar ja, aan alles komt een end. Al die potten schoon houden werd voor Rina wel héél veel werk.
Er stond ook nog een hele famile De Gruyterservies in de huiskamer in een antieke kast, moeten jullie weten. Dus Rina is, hoe noemen ze dat ook al weer, gaan afbouwen, ja zo heet dat. Zo heeft ze op een bepaald moment besloten een goed tehuis voor me te zoeken via Marktplaats.nl en die heeft ze gelukkig gevonden !! Bij Gerie in Stadskanaal, Gerie heeft een soort museum voor koffiepotten van goede komaf.
Ik zou dus op reis gaan van Den Haag, helemaal naar Stadskanaal. Ik was me toch een partij zenuwachtig!
Gelukkig is de reis goed verlopen. Rina had me goed ingepakt in een doos, zelfs nog gewikkeld in een stuk van een oude badjas. Zo heeft ze me naar het postkantoor gebracht, ze heeft nog wel een traantje om me gelaten, dat zag ik wel, maar ik deed net of ik het niet zag.
Zo ben ik via Utrecht naar het noorden van Nederland verhuisd, wat een reis was dat zeg.

Nu sta ik dus hier, helemaal in Stadskanaal, zoals ik aan het begin vertelde. En hier begin ik bij Gerie aan mijn oude dag, wie had dat in 1938 in Rotterdam kunnen denken......


Nagekomen bericht

Ik heb mijn koffiepotverhaal gemaild naar de nieuwe eigenaresse in Stadskanaal. Tot mijn verbazing kreeg ik de volgende reactie van Cornelia Koffiepot:

Hallo Rina,
Wat fijn dat ik, Cornelia, nog eens wat van je hoor. Ik wist het wel hoor, en ik zag het ook wel op het postkantoor, dat ons afscheid jou zwaar viel, maar ik dacht: "laat ik de flinkste maar zijn van ons beiden".
En nu wil ik wel toegeven dat ik bijna de hele reis gehuild heb. Dacht eerst dat het aan mij lag, we hadden toch een goede relatie, en af en toe mij in het bad stoppen was toch niet zo veel werk?
Onderweg hebben Petronella, het melkkannetje, en ik een heel goed gesprek gehad. En Petronella zei dat we flink moesten zijn. Rina had toch een goed tehuis voor ons opgezocht? En we konden toch ook niet zo emotioneel bij het nieuwe vrouwtje aankomen? Die zag ons aankomen zo. Vanaf Zwolle werk ik wat flinker, en dacht bij mezelf, Petronella heeft gelijk, heb ik de kans om in een ander deel van Nederland te wonen, zit ik te huilen. Toen ik in Nieuw Buinen aankwam, en de bezorger mij in het busje laadde, kreeg ik er zelfs zin in. Hoe zou het nieuwe vrouwtje er uit zien, en hoe zouden de andere koffiepotten op mij reageren?

Nou daar was het moment. We kwamen aan in Stadskanaal.
De bezorger pakte de doos heel voorzichtig uit de bestelbus en belde aan. Hij had nog maar nauwelijks aangebeld of de deur vloog al open.
Of we welkom waren. Ik kan je vertellen Rina, dat m'n koffiebuik ging draaien van ontroering. Er werd zelfs naar ons uitgekeken en de laatste traan ontsnapte per ongeluk uit m'n tuit.
Ik werd heel voorzichtig, samen met Petronella, uit de doos gepakt en vertroeteld. Het baasje kwam er ook bij en zei notabene: "de bloemen uit de tuin verbleken bij de prachtige bloemen op jouw witte huid".
Dat zat wel goed, zowel met het vrouwtje, als met het baasje.
Heel voorzichtig werd ik samen met Petronella in het bad gedaan.
Het vrouwtje pakte speciale zeep, zodat het niet zou prikken in m'n buik en in m'n tuit. Kijk, dat zijn van die kleine dingen, dat ik dacht: "ik zie het hier wel zitten".
En nu geniet ik van m'n oude dag en ontmoet steeds weer nieuwe mensen. En wat die jaloersheid betreft van die andere koffiepotten, ik doe maar of ik het niet merk. Tenslotte ben ik een koffiepot van stand.

Rina, ik heb het reuze naar m'n zin gehad bij jou, maar ik kan je vertellen dat ik het nu ook naar m'n zin heb. En ik hoop dat je nu niet meer verdrietig bent om mij. Jij hebt het nu wat rustiger, en ook al woon ik nu in het Noorden, we hoeven elkaar toch niet te vergeten ?

Groetjes van je oude koffiepot Cornelia


september 2005


terug naar 'Mijn verhalen'
terug naar boven
webdesign    jacques verbove 2012