Vroeger was een douche of een bad voor mij een onbekende luxe, we hadden zelfs geen warm water.
Mijn moeder waste 's morgens m'n gezicht en m'n armen aan de kraan in de keuken.
Een "kattelikkie" noemde mamma dat.
Eens in de week, meestal op zondagochtend, werden mijn zusjes en ik van top tot teen gewassen
in een grote zinken teil, die in de keuken werd gezet. In de winter, wanneer het erg koud was,
werd de teil voor de kachel in de kamer gezet.
Eerst werd je bovenkant gewassen en daarne mochten we omstebeurt een poosje in de teil zitten.
Als we fris gewassen waren kregen we onze zondagse kleren aan.
Toen ik op de lagere school zat ging ik met de hele klas naar het badhuis. Dat was schuin tegenover onze school in de
Julianastraat. We moesten dan van huis een handdoek meenemen en een washandje, zeep kreeg je, al was dit maar
een piepklein stukje.
In een lange rij liepen we dan naar het badhuis. Daar aangekomen kleedden we ons uit in een kleedkamer,
de meisjes en de jongens apart natuurlijk. Daarna moesten we weer in een rij naar de badhokjes, één kant was voor
de jongens en één kant voor de meisjes.
Zodra iedereen, onder veel gelach en gegil, een hokje had gevonden, riep de badjuffrouw met luide stem: "staan jullie klaar?",
dan deed ze het water aan. Daarna klonk het weer "inzepen".
Terwijl de kinderen zich wasten liep de juffrouw heen en weer voor de geopende hokjes, ondertussen aanwijzingen roepend
als: "niet je nek vergeten, daar wonen ook mensen" of "Rietje, vergeet je knieën niet". Na een minuut of wat, net als
je heerlijk stond te poedelen onder het warme water, riep ze weer: "handen omhoog en afspoelen". En dan kreeg je ter afsluiting
een plens koud water over je heen en wee je gebeente als je daaronder vandaan dorst te springen, want dan werd je
hardhandig terug geduwd.
Toen ik zo'n jaar of twaalf was en op de Mulo zat, ging ik zelf naar het badhuis, meestal op vrijdagavond. Dan kocht ik een
kaartje voor een stortbad op de 'grote mensen afdeling'. Dat kostte toen 25 cent, je kon ook een ligbad nemen maar
dat was te duur.
In een langwerpige wachtruimte, met lage banken langs de muren, moest je op je beurt wachten.
Zodra je nummer afgeroepen werd liep de badjuffrouw in haar witte schort mee en haalde een trekker door het hokje.
Daarna stelde ze de tijd in die je mocht besteden. Dat deed ze door een grote witte klok met zwarte cijfers,
die aan de deur van het badhokje was bevestigd, acht minuten vooruit te zetten. Dan kon je je gang gaan.
Als je tijd bijna om was en je was nog niet klaar, dan bonsde ze hard op de deur en riep dat je op moest
schieten. Soms was je nog half nat als je vlug...vlug je kleren aan stond te doen.
Het bezoek aan het badhuis op vrijdagavond was ook een sociaal gebeuren, want mijn vriendinnen gingen dan ook
en terwijl we op onze beurt wachtten op de banken in de langwerpige wachtruimte werd er over van alles en nog wast gekletst.
En na het douchen liepen we dan gezamenlijk weer naar huis.
Toen ik al geruime tijd getrouwd was en twee kinderen had, kreeg ik voor het eerst zelf een douche,
wat een zaligheid was dat.
Rina Hartman
maart 2001